Opruimen

Ik ben in een opruimbui. En dacht: daar staat nog ergens een blog online zeer lui te wezen, ik smijt hem ook in mijn vuilzak.

Maar ik kan het niet. En dat mag je zowel letterlijk als figuurlijk nemen.

Na 9 maand afwezigheid tref ik hier comments aan die stof hebben liggen vergaren in mijn “nog goed te keuren” bakje, en een statistiekbalk die bizarre sprongen maakt. Waarom kwamen er op 5 februari welgeteld 105 mensen op deze dooie blog terecht, vraag ik me af.

Enfin. Ik leef dus nog. En ben intussen een getrouwde vrouw met een tattoo op haar linkerbil. Het ene heeft hoegenaamd niets met het andere te maken. ‘T is maar moest iemand het zich afvragen, hoe het daar nu mee zat. :)

Een luie blog of geen blog. Zal er nog wat verder over peinzen.

Ziejnuwel. Mother.

Het kon me niet schelen hoeveel het gesprek naar huis kostte, die avond in Egypte. Ik moest nog een laatste vraag stellen aan mijn moeder.

Ik: Zeh mama, wien et er Eurosong gwonnen?

Mijn mother: Ewel die Woal.

Ik: Mohow! Allez. Da’s tog gin hoe nummer? Zo soai.

Mijn mother: Moh, dat was tog ‘t beste wi. Wien at er volhens joen ton moetn win’?

Ik: Bwoa. Kweet nie. Silvy Millodie.

Mijn mother: Mohow, nein… Nein, deen et echt een veel beter nummr. Echt eurosong. Juust topen dat ie ‘t noh zo lange trekt. Allez ja, me zukke cholesterol. Moh ‘t is echt een hoe liedje voor eurosong.

Ik: Mja. Allez ja. Ai gie ‘t zeht.

(Maar eerlijk, ik dacht uiteindelijk toch ook wel een beetje dat we de finale zouden halen.)

Is ‘t echt het gedacht dat telt?

Stel, je ontvangt een uitnodiging voor het huwelijk van een jong (ahum) en hip (ahum) koppel.

Je kent het koppel, want anders zouden ze je niet uitnodigen. Tenzij je één van de 30 gasten bent die de schoonmoeder van de bruidegom op eigen houtje heeft uitgenodigd. Maar ook dan beschik je ongetwijfeld over een zekere basiskennis betreffende het koppel, zoals het feit dat ze reeds lange tijd samenwonen, twee kindjes hebben en geen Euromillions winnaars zijn.

En stel nu dat er op die uitnodiging geen kadotip staat. Geen envelopje. Geen rekeningnummer. Geen rijmpje over een huwelijksreis die moet gespijsd worden. Ook niets over bloemen & kransen, een zilveren servies of een weeshuis in een ver land.

Gewoon niets. Je moet het dus werkelijk stellen zonder ook maar één kadotip.

Ben je dan helemaal verloren? Of vind je dat net makkelijk en goedkoop, dat ze blijkbaar niets nodig hebben?

Of geef je gewoon een envelopje met wat geld in? Omdat je het koppel iets wilt schenken en dit het meest voor de hand liggende is. Logischer dan, laat ons zeggen, een broodrooster of een koffiezet?

Trouwstress

Met plots maar 5 maanden meer op de teller, begint het. De stress. Aangekondigd met een eerste nachtmerrie waarin mijn jurk plots lavendelblauw bleek en het feest plaatsvond op een voetbalveld. En nu heeft mijn bovenbewustzijn er ook last van. Rampscenario’s worden in mijn hoofd afgewisseld met to do lijstjes allerhande.

Vermoeiend hoor.

De belangrijkste dingen zijn nochtans al lang geregeld: feestlocatie, gemeentehuis, fotograaf, DJ, kleed, kapster, visagiste en babysit. De gastenlijst begint ook stilaan vorm te krijgen en we hebben ook al een idee voor de uitnodiging en de ringen.

Zelfs de openingsdans ligt al vast. Maar dat is al zo van in den tijd dat ik nog beweerde dat ik nooit ging trouwen.

En toch blijft er heel veel te doen. Beslissen of ik het nu bij mijn dure witte schoenen ga houden, of toch maar voor een gekleurd paar ga, bijvoorbeeld. Kwestie van mijn prioriteiten op orde te houden.

 

De haartip der haartips!

Kennen jullie dat, van die dagen waarop je constant je weelderige haardos bewondert in elke mogelijke reflectie? Neen? Ik tot voor kort ook niet.

Ik heb van dat fijn fluthaar waar weinig mee aan te vangen is, dus draag ik het al jaren voornamelijk in een *geeuw* vlecht. Maar! Recent las ik dat ik al zo lang ik mij kan herinneren mijn haren verkeerd was, namelijk door eerst shampoo te gebruiken en te eindigen met conditioner. Gelijk het op de flacons staat dus. Gelijk bijna iedereen het doet, peins ‘k.

Blijkt dat het beter is om het omgekeerd te doen: eerst conditioner, dan shampoo! Of zoals neurotische ikke het doet: (beetje) shampoo, conditioner, (beetje) shampoo. En TADAAAM: haar dat niet plat valt, op te steken is en niet na 2 dagen vettig is.

Proberen, dames! Euh en heren. ;)

 

Van mooie liedjes die niet lang duren

Mijn reis naar Egypte was wederom een week vol zaligheid. Zo leuk zelfs, dat ik na thuiskomst een tiental dagen gefrustreerd heb rondgelopen, gehuld in meer laagjes dan nodig en “te kort” mompelend telkens iemand me vroeg hoe het geweest was. Niet dat ik niet blij was om terug herenigd te zijn met mijn kindjes, wel integendeel, maar gewoon… het is hier zo kil (zelfs al is het al een beetje lente), de zee komt niet tot aan mijn terras en als mijn bord leeg is kan ik niet gewoon weer opnieuw gaan aanschuiven aan het buffet.

Mijn ma – moest ze mij horen zagen – zou zeggen “ewel als ’t zo zit, blijft dan volgend jaar gewoon thuis!” Ze zei het vroeger genoeg, die eerste dagen na afloop van elk kamp met de jeugdbeweging. Want dan had ik plots klachten over haar kookkunsten (“de appelmoes van de kampkok is lekkerder”) en vond ik alles, maar dan ook echt alles, saai.

Ik ben op dat vlak nog niet veel geëvolueerd precies. Maar de volgende keer thuisblijven? No way! Intussen is ook onze volgende reis geboekt: Portugal, en deze keer mogen de kindjes mee.

Ik trap het af! (Als ik mag)

Het idee ontstond op een zwoele nazomerdag in 2012, op een Gents terrasje. Het koppel waar we in ons nog kinderloze tijdperk dikwijls mee op reis gingen en het koppel waarmee ze sindsdien menig vakantieoord onveilig maakten, opperden dat we hen zouden vergezellen op hun jaarlijkse voorjaarsvakantie aan de Rode Zee. Een week gaan luilekkeren onder een stralende zon, in gezelschap van schavuiten van onze eigen generatie, dat zagen we op dat moment beiden goed zitten. En er werd op geklonken.

De maanden daarna wist ik niet goed of ze dat gemeend hadden. En vooral, ik wist niet of ik dat wel wilde. Het idee dat ik de kindjes een week zou achterlaten, dat voelde niet juist. Mijn moederinstinct schreeuwde dat ik mijn oudste een nieuw trauma ging bezorgen (ze was toen nog volop aan het bekomen van mijn plotse ziekenhuisverblijf) en dat mijn jongste net die week zijn eerste stapjes zou zetten, ver ver ver weg van zijn moeder. Zo’n moederinstinct, dat valt niet makkelijk te negeren.

Maar plots werd er een datum naar voor geschoven en hadden we enkel nog “ja” te zeggen. Alle obstakels die ik opwierp, sneuvelden één voor één: de grootouders vonden het niet erg om een week lang opvang te spelen, mijn artsen vonden het (ondanks al mijn overdreven ongemakken) niet bijzonder onverantwoord dat ik zo kort na mijn darmoperatie de wraak van de farao zou gaan trotseren, en we kregen makkelijk verlof op ‘t werk. En aangezien ik aan niemand – ook niet aan het lief – durfde te bekennen dat ik mijn bloedjes niet wilde achterlaten, stapte ik op een frisse dag in maart vorig jaar op het vliegtuig van Mega Mindy. Alsof ik me nog niet schuldig genoeg voelde.

Maar wat volgde, was simpelweg de meest deugddoende vakantie OOIT: zeven dagen à volonté eten, drinken, lezen, zonnen, snorkelen, babbelen, lachen… en niets “moeten” behalve op tijd weer uitchecken. Ik beloofde mezelf dat we er een jaarlijkse gewoonte van zouden maken.

Mijn moederinstict had trouwens voor de allereerste keer gefaald, want bij thuiskomst liet dochterlief blijken dat we gerust nog langer hadden mogen wegblijven (wat nu ook niet meteen de reactie was waar ik op gehoopt had). En de zoon, die zette zijn eerste stapjes pas een paar weken later.

En nu is bijna weer zover: dezelfde bestemming, hetzelfde hotel en hetzelfde gezelschap. Exact hetzelfde geldt voor de kindjes. Het grote verschil met vorig jaar is dat ik er deze keer enorm naar uit kijk. Sterker nog, ik snak er naar. De zoon is intussen twee geworden en de vraag is niet langer wanneer hij zijn eerste stapjes zal zetten, maar wanneer hij de eerste keer een been zal breken. Of zijn nek. Of zijn record langblèten.

Alleen is het nu wat spannend daar en weten we niet eens of we wel zullen kunnen vertrekken. En er zijn er die ons gek verklaren. Nochtans denk ik niet dat we ons zorgen hoeven te maken. Fingers crossed!

Edit: Een correctere titel was geweest: Ik trap het af! (Als ik mag van Buitenlandse Zaken) :)